De juiste man op de juiste plaat(s)
Huis-dj Luc Paredis draait warm voor een nieuw seizoen Bar Dada
Deze maand start een nieuwe reeks Bar Dada-concerten in CC De Adelberg. Als DJ Global Wax zorgt Luc Paredis opnieuw voor de perfecte omkadering, met vinylplaten die naadloos aansluiten bij de artiest van de avond. We doken in de platenbak én in het verleden van deze muzikale duizendpoot.
Had je van kindsbeen af al de muziekmicrobe te pakken?
“Absoluut. Ik had zelfs een klassiek geschoolde muzikant kunnen worden, want mijn ouders namen me als peuter al mee naar de opera in Antwerpen, met destijds Koen Crucke en José van Damme. Mijn vader werkte bij Philips en toen ik zeven was, kregen we zijn oude stereo-installatie met een platenspeler. Maar we hadden geen platen. Daarom kocht mijn moeder bij de Alma in de Kloosterstraat de soundtracks van Grease en Saturday Night Fever. Dat waren de enige twee platen die ze daar hadden. Van Sinterklaas kregen we ook nog Het Smurfenlied op single. Je moet ergens beginnen, zeker (lacht).”
“Na een tijdje kregen we de platencollectie van mijn nonkel Danny, die we nonkel ‘hippie’ noemden. Daar zaten platen van Simon & Garfunkel, Bob Dylan en David Bowie tussen, maar ook disco en Franse chansons. Heel breed dus. Zo ging de muziekwereld stilaan voor me open.”
“Op mijn twaalfde moest ik in Mol naar school, tegen mijn goesting. Gelukkig hadden ze daar een discotheek. Dansen kon je er niet, maar je kon er wel platen uitlenen, waarmee ik thuis cassettebandjes maakte. Ik luisterde toen vooral naar new wave. In Lommel ging ik ook vaak naar Music Man, een platenzaak in de Kerkstraat. Daar kocht ik de eerste plaat van Nick Cave. We luisterden in die tijd vooral naar ‘Krapuul De Lux’ van Luc Janssen op VPRO, en naar ‘Domino’ en ‘Funky Town’ op BRT radio.”
Was je zelf ook muzikaal?
“Ik speelde gitaar en richtte samen met Dirk Vreys een groepje op. Begin jaren 90 startte ik met Dirk en Stefan Joosten ook een muziektijdschrift: Gonzo Circus. In het begin maakten we onze magazines met schaar en lijmstift. We deden alles zelf: muzikanten interviewen, platen bespreken, advertenties zoeken en het magazine uiteindelijk in concertzalen verkopen. We groeiden vrij snel naar 3.000 abonnees. Daarna begonnen we met Gonzo Circus ook festivals te organiseren, zoals Mind The Gap. Dat was eigenlijk het eerste festival waar naast rockbands ook danceacts op het programma stonden. Gonzo Circus bestaat trouwens nog steeds. Het is intussen aan zijn 200ste editie toe, maar heeft zijn roots dus in Lommel.”
Hoe is je dj-carrière gestart?
“Bij Gonzo Circus begon ik als gitaarrock-dj. Toen de dancemuziek in de jaren 90 opkwam, met onder andere The Prodigy, werd ik techno-dj. Ik reisde heel Vlaanderen rond als Gonzo’s Flying Sound Circus of DJ Kikwit. Na enkele wereldreizen begon ik de link te leggen tussen de ravecultuur en het hypnotiserende karakter van wereldmuziek uit Zuid-Amerika en Afrika. Uiteindelijk ben ik me gaan profileren als wereldmuziek-dj. Mijn genre noem ik graag global dancebeats. Vandaar ook mijn huidige dj-naam Global Wax: ik mix muziek uit alle genres en werelddelen, uitsluitend op vinyl.”
Muziek was ook lange tijd je beroep?
“Na mijn studies orthopedagogie in Gent vroeg platenlabel KK Records/Nova Zembla me om er te beginnen als labelmanager, tourmanager, stockmanager … kortom: als manusje-van-alles. Ik had nog maar net mijn rijbewijs of ik moest al met een band in een huurbusje naar Zwitserland rijden. Voor de jonge lezers: dat was nog de tijd van vóór gps en gsm (lacht). Ik heb zo ook heel wat illegale raves meegemaakt, onder andere in Parijs en Zürich. Avontuurlijke tijden waren dat.”
“Daarna werd ik bij [PIAS] labelmanager voor de Benelux. Ik promootte er muziek van artiesten als Earth, Wind & Fire, Alice Cooper, Status Quo, Deep Purple en Laurent Garnier. Ik kreeg ook de kans om in binnen- en buitenland nieuwe bands en labels te ontdekken. Heel leuk om te doen. Na een korte omzwerving als marketingmanager bij Zomba Records – bekend van onder anderen Britney Spears, Justin Timberlake en Groove Armada – kwam ik terug bij [PIAS] als international marketing manager. Zo mocht ik bijvoorbeeld het debuutalbum van Editors promoten.”
“In het begin was dat heel interessant, maar al snel werd de muziek bijkomstig en werden de cijfers steeds belangrijker. Dat begon op den duur te knagen. Het ging toen ook niet zo goed met de muziekindustrie en ik zag mijn kinderen te weinig. Op een gegeven moment heb ik mijn diploma orthopedagogie van onder het stof gehaald en ben ik de sociale sector ingestapt. Zo kon ik weer ongedwongen met muziek bezig zijn, in mijn vrije tijd. Een hele verademing.”
Hoe ben je bij Bar Dada terechtgekomen?
“Na mijn studies bleef ik in Gent hangen en daarna woonde ik een tijd in Antwerpen. Tot mijn vrouw Gitte – ook een Lommelse – en ik in 2011 besloten om terug naar de heimat te keren. Niet onbelangrijk: we konden hier een huis kopen met een kelder die groot genoeg was voor al mijn platen (lacht). Ik ging aan de slag bij Jongerenwerking Pieter Simenon, waar ik nog altijd coördinator ben. Mijn vrije tijd besteed ik nog steeds hoofdzakelijk aan muziek. Ik raakte betrokken bij het wereldmuziekfestival Gracias a la Vida en draaide onder andere op de creatieve beurs Supermarkt en op platenbeurs Ziel voor Vinyl. Op een gegeven moment werd ik ook gevraagd als huis-dj voor Bar Dada.”
Wat vind je van het concept?
“Ik vind het fantastisch dat jonge Belgische bands hier een plaats krijgen. Het is een platform voor ontdekkingsmuziek: de groepen die hier optreden, zijn vaak nog niet zo bekend bij het grote publiek en breken pas later door. Marij Vandenberk en haar team weten ze wonderwel te scouten.”
“Het is voor mij een eer om voor zulke bands muziek te draaien. Ik maak er dan ook een erezaak van om hen goed te omkaderen met muziek die bij hun repertoire aansluit. Ik zorg ervoor dat het publiek helemaal opgewarmd aan het optreden kan beginnen en probeer daarna de sfeer van het concert vast te houden.”
Hoe bereid je zo’n avond voor?
“Ik maak een lijst met platen die volgens mij goed bij de band passen. Soms koop ik er zelfs speciaal platen voor, omdat ik vind dat ze niet mogen ontbreken. In het samenstellen van zo’n lijst kruipt best wat tijd. Op de avond zelf draai ik op gevoel. Ik neem zo’n 300 platen mee, waarvan ik er uiteindelijk maar een vijftigtal gebruik. Vroeger stond ik regelmatig ’s nachts op om een plaat in de kelder klaar te leggen als ik een goede ingeving had. Tegenwoordig houd ik een lijstje bij op mijn gsm. Ik vraag de bands vooraf ook altijd of ze specifieke wensen hebben of een bepaalde stijl in gedachten hebben.”
Krijg je van de artiesten ook feedback op je set?
“Zeker. De bandleden zijn vaak zelf nog aan het afbreken of in de Cultuurbar aan het napraten terwijl ik draai. Het is al gebeurd dat iemand kwam zeggen dat ik zijn favoriete nummer draaide. Dat is de max, en daar doe ik het eigenlijk ook voor. Ik vind het ook heel fijn om reacties van het publiek te krijgen. Vroeger probeerden bezoekers via de app Shazam vaak te achterhalen welke muziek ik draaide. Daarom zet ik nu altijd de hoes van de plaat die ik speel in het zicht. Als ik ook maar één persoon nieuwe muziek kan laten ontdekken, is mijn avond al geslaagd.”
Wat was je mooiste Bar Dada tot nu toe?
“Mijn mooiste herinnering is die aan Mauro. Een speciale, maar geweldige kerel. We aten voor zijn optreden nog samen spruitjes in de coulissen. Achteraf was hij helemaal enthousiast over de muziek die ik draaide. Met Dressed Like Boys en Lézard had ik ook een goeie klik. Ik verzamel altijd wat aandenkens, zoals enkele plectrums of de setlist. Ik beleef als het ware mijn tweede jeugd.”
Wat vind je van de nieuwe reeks Bar Dada-concerten?
“Het belooft opnieuw een geweldig seizoen te worden. Ik heb al zin in ILA: bij hen kan ik wat harder gaan. Voor Sekushi heb ik ook al een paar ideeën, met Turkse psychedelica en andere wereldmuziek. Maar eigenlijk kijk ik uit naar alle optredens. Net de afwisseling tussen de verschillende muziekstijlen maakt het zo leuk. Gelukkig kan ik alle genres aan, behalve het trouwfeestrepertoire (lacht).”
Hoeveel platen heb je intussen?
“Dat moeten er zo’n 7.800 zijn. Ik had er ooit meer, maar ik heb er al veel verkocht. Ze staan in rekken in mijn kelder, allemaal netjes per genre gerangschikt en uiteraard met klimaatcontrole. Ik moet mijn vrouw echt bedanken omdat ze me steunt in mijn hobby, want financieel is het toch een flinke investering. Ik heb een vast maandbudget om platen te kopen. Het is echt verslavend: noem het gerust verzamelwoede. Ik volg sociale media, nieuwsbrieven, radiostations en tv-zenders en zie heel wat interessants voorbijkomen. Ik ga nu ook weer vaker naar festivals en optredens. We hebben een WhatsAppgroepje met muziekliefhebbers uit Lommel, waarmee we geregeld samen naar concerten gaan en soms platenavondjes organiseren. Maar ik moet natuurlijk selectief zijn in de platen die ik koop. Momenteel staat de kelder vol, dus ik zal toch eens plaats moeten maken. Maar platen wegdoen? Da’s een harde noot om te kraken …”
Je kan Lucs vinylaankopen en concertverslagen volgen op Instagram via @dj_global_wax.
Interview: Rik Thaens