DE STIJL

De beeldende kunst en architectuur

Kunstschilder Theo van Doesburg (1883-1931), de stichter en centrale figuur van de Nederlandse De Stijl-beweging, zette de nieuwe beeldende middelen van de schilderkunst ook in voor het maken van een eigentijdse architectuur: lijn, vlak en kleur als bouwmaterialen. Gedurende twee avonden worden zowel deze beeldenkunst als de architectuur van De Stijl bekeken.

De eerste avond leidt Karin Haanappel u rond door de beeldende kunst van deze beweging.
Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was abstractie in de beeldende kunst geen onbekende. Verschillende kunstenaars (m/v) waren hiermee naar buiten getreden. In Parijs, het bruisende centrum van creativiteit, wemelde het van de moderne kunstenaars die op verschillende manieren abstract te werk gingen. Echter, door het uitbreken van de Groote Oorlog werden velen gedwongen zich met andere zaken bezig te houden.

Nederland bleef neutraal tijdens de Groote Oorlog waardoor een groep kunstenaars een eigen visie op de kunst kon ontwikkelen. Onder leiding van Theo van Doesburg werd in 1917 het tijdschrift De Stijl opgericht en vormde zich een kunstenaarsbeweging. De belangrijkste leden van De Stijl naast van Doesburg waren: Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Vilmos Huszár, Piet Oud, Jan Wils, Robert van ’t Hoff, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo. De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst die bestond uit het gebruik van een minimum aan kleuren (primaire kleuren en zwart, wit en grijs) en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving.

Deze cursus spitst zich vooral toe op van Doesburg en Mondriaan, waarbij er uiteraard ook aandacht is voor de overige kunstenaars. Ook zal de kritiek die de internationaal bekende kunstenares Jacoba van Heemskerck had op de Nederlandse kunst besproken worden.

De architectuur van De Stijl - Tot een beeldende architectuur

De tweede avond wordt de architectuur belicht door Luc Verpoest.
Een traditionele, gesloten, statische architectuur kan plaats maken voor een open, dynamische ruimtelijkheid. De ruimte wordt ervaren in de tijd, filmisch: architectuur als tijd-ruimte, een vierdimensionele architectuur. In de beginjaren van De Stijl werkte van Doesburg samen met de architecten Jan Wils, J.J.P. Oud en Robert van ’t Hoff. In 1924 publiceerde van Doesburg hét architectuurmanifest van De Stijl: Tot een beeldende architectuur. Ook Piet Mondriaan publiceerde over architectuur. De inrichting van zijn atelier 26, rue de Départ in Parijs nam uiteindelijk afstand van de denkbeelden van Theo van Doesburg en brak met De Stijl. Ondertussen verscheen ook meubelmaker Gerrit Rietveld op het toneel: tussen 1919 en 1924 ontwierp hij de iconische rood-blauwe stoel, in 1924 bouwde hij het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht, ongetwijfeld de meest frappante toepassingen van De Stijl-principes in de architectuur.

De Stijl had een grote invloed op de radicale ontwikkeling van de avant-gardearchitectuur in de jaren twintig. De tentoonstelling in L’Effort Moderne in 1923 in Parijs veroorzaakte een grondige omwenteling in het werk Le Corbusier. Het verblijf van van Doesburg in Weimar in 1921 leidde tot felle discussies binnen het Bauhaus van Walter Gropius en een radicalisering van de school. Plattegronden van vroege ontwerpen van Ludwig Mies van der Rohe lijken wel Mondriaan-composities. De jonge Belgische architect Huib Hoste verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog in Nederland en maakte er de beginjaren van De Stijl mee. Alhoewel ook hij vrij vlug brak met van Doesburg, draagt zijn avant-gardewerk uit de vroege jaren twintig overduidelijk de stempel van De Stijl. Het Zwarthuis in Knokke uit 1924 is hiervan een sterke getuige.

 

  • 11/04/2017, 08/05/2017

    19:30u - 22:00u
  • Prijs: 24,00 / 19,00 / 18,00 / 17,00
  • Locatie: Raadhuis
  • i.s.m. Amarant
  • 40 plaatsen
  • Begeleiding: Mevr. Karin Haanappel & dhr. Luc Verpoest